Moeite met afscheid nemen: waarom kinderen het lastig vinden en wat jij als ouder kunt doen
- Noortje Emmerink
- 12 dec 2025
- 7 minuten om te lezen

Als ouder herken je het vast: je brengt je kind naar school, opvang of een speelafspraak en op het moment van afscheid nemen klemt hij zich aan je vast. Tranen, een brok in de keel of een driftige “ik wil niet dat je gaat!”. Voor sommige ouders is dit dagelijks een uitdaging. Maar hoe komt het eigenlijk dat kinderen moeite met afscheid nemen hebben? En belangrijker: hoe kun je je kind hierbij begeleiden?
In dit artikel duik ik in de oorzaken, de normale ontwikkelingsfasen, een systemische blik op afscheid nemen en praktische tips om het makkelijker te maken.
Is moeite met afscheid nemen normaal?
Ja, absoluut. Moeite met afscheid nemen is een veelvoorkomend verschijnsel in de kindertijd. Het hoort bij de ontwikkeling. Kinderen leren gaandeweg dat papa en mama er niet altijd fysiek kunnen zijn, maar wel altijd terugkomen. Dat besef ontwikkelt zich niet van de ene op de andere dag, en dat kan tot onzekerheid leiden.
Belangrijk om te weten: het is dus niet meteen een teken dat er iets mis is met je kind. Het is vaak een normale fase in de emotionele en sociale ontwikkeling.
Mogelijke oorzaken van moeite met afscheid nemen
Er verschillende redenen waarom een kind hier (meer dan gemiddeld) last van kan hebben:
1. Leeftijd en ontwikkelingsfase
Baby’s en peuters (0-3 jaar): in deze periode ontstaat objectpermanentie. Dat betekent dat kinderen leren begrijpen dat iemand of iets nog bestaat, ook al is het uit het zicht. Voor die tijd denken ze letterlijk: ‘als ik je niet zie, ben je er niet meer’. Dat maakt afscheid nemen spannend.
Kleuters (4-6 jaar): ze hebben al een beter besef van tijd, maar missen nog het overzicht. Een schooldag voelt eindeloos, waardoor de scheiding intens kan zijn.
Oudere kinderen: ook basisschoolkinderen kunnen moeite houden met afscheid, vooral in nieuwe of spannende situaties.
2. Verlatingsangst
Veel kinderen ervaren rond 8 maanden tot 2 jaar een periode van verlatingsangst. Dit is evolutionair gezien logisch: het kind wil dicht bij de verzorger blijven om zich veilig te voelen. Vanaf deze leeftijd word het kind zich bewuster van zijn omgeving en het is nog aan het oefenen met objectpermanentie (zoals hierboven omschreven).
3. Gevoeligheid en temperament
(Hoog)gevoelige kinderen, of kinderen die van nature temperamentvol zijn, kunnen sterker reageren op veranderingen en afscheid. Hun zenuwstelsel registreert intensiever en ze nemen meer waar van hun omgeving waardoor ze meer oppikken, ook van de mensen om zich heen. Daarbij komt nog dat ze hun emoties intenser beleven.
4. Gezinsdynamiek
Kinderen spiegelen vaak emoties van hun ouders. Als jijzelf gespannen of verdrietig bent bij het afscheid nemen, voelt je kind dat feilloos aan. Ook spanningen in het gezin kunnen invloed hebben.
5. Ervaringen uit het verleden
Een ingrijpende gebeurtenis (zoals een scheiding, ziekenhuisopname of plotseling verlies) kan ervoor zorgen dat kinderen afscheid nemen extra spannend vinden.
6. Onzekerheid en weinig routine
Kinderen gedijen bij voorspelbaarheid. Als de structuur van brengen en halen vaak verandert, kan dat gevoelens van onveiligheid oproepen.
🧑🧑🧒🧒 De systemische blik op moeite met afscheid nemen
In mijn praktijk kijk ik verder dan alleen naar het gedrag. Vanuit een systemisch perspectief kijk ik niet alleen naar het kind, maar naar het hele familiesysteem waarin het kind leeft. Een kind is namelijk nooit los te zien van zijn context. Het gedrag van een kind – zoals moeite met afscheid nemen – kan een uitdrukking zijn van iets wat in het systeem gezien of gevoeld wil worden.
1. Loyaliteit en binding
Kinderen zijn diep loyaal aan hun ouders. Soms kan afscheid nemen moeilijk zijn omdat een kind onbewust voelt: “Als ik wegga, laat ik jou in de steek.” Vooral als een ouder zelf moeilijk kan loslaten, geen vertrouwen heeft in de omgeving waar het kind verblijft, of zelf behoeftig is door tekortkomingen in de eigen jeugd, heeft een kind onbewust vaak de neiging om loyaal te zijn aan deze verborgen behoeften van de ouder.
2. Overgenomen gevoelens
Kinderen kunnen gevoelens overnemen die eigenlijk niet van hen zijn. Bijvoorbeeld als er in het gezin of in eerdere generaties verlies, scheiding of verlating speelde dat nooit echt verwerkt is. Het kind kan dan onbewust de pijn of angst van een ouder dragen: “Ik blijf dichtbij, zodat jij je niet alleen hoeft te voelen.”
3. Rolverwarring
Soms neemt een kind een te grote verantwoordelijkheid binnen het gezin, bijvoorbeeld wanneer het de ouder wil troosten of beschermen. Afscheid nemen wordt dan moeilijk, omdat het voelt alsof het kind de ouder in de steek laat.
4. Energiebalans en begrenzing
Systemisch gezien is gezonde afscheiding een vorm van begrenzing: jij bent jij, ik ben ik. Wanneer grenzen in het gezin vervloeien, bijvoorbeeld door zorgen, stress of emotionele verstrengeling, kan afscheid nemen verwarrend voelen. Het kind voelt niet goed waar het zelf eindigt en de ouder begint.
5. De helende beweging
Wanneer een kind moeite heeft met afscheid nemen, is het soms niet het kind dat iets ‘moet leren’, maar het systeem dat iets mag helen. Als ouders hun eigen angst om los te laten onder ogen zien, of verdriet uit eerdere generaties erkennen, ontstaat vaak vanzelf meer ruimte voor het kind om vrij te bewegen.
Een systemische blik nodigt dus uit om niet te snel te willen fixen, maar te kijken naar wat er onder de oppervlakte speelt. Welke plek neemt het kind in? Wat probeert het te dragen? En wat mag terug naar waar het hoort?
Wat ouders kunnen doen bij moeite met afscheid nemen
Gelukkig zijn er veel manieren waarop je je kind kunt helpen. Hieronder vind je praktische tips die je direct kunt toepassen.
1. Blijf rustig en zelfverzekerd
Kinderen voelen haarfijn aan hoe jij je voelt. Wanneer jij twijfelt, je haast of zelf emotioneel wordt, versterkt dat hun onzekerheid. Adem rustig en straal vertrouwen uit: “Het komt goed, ik zie je straks weer.”
2. Maak het afscheid kort maar liefdevol
Rek het afscheid niet onnodig lang. Een korte knuffel, kus en duidelijke woorden (“Ik ga nu, ik ben er vanmiddag na school weer!”) werken beter dan eindeloos troosten of terugkomen.
3. Gebruik een afscheidsritueel
Een duidelijk ritueel geeft houvast. Denk aan een speciale high five, een knuffeltje mee en kort zwaaien voor het raam. Zo weet je kind wat er komt.
4. Zorg voor voorspelbaarheid
Vertel je kind vooraf wat er gaat gebeuren: wie brengt en wie haalt, en hoe de dag eruitziet. Voor jonge kinderen kun je dit visueel maken met pictogrammen of een dagplanning.
5. Geef erkenning aan gevoelens
Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat je het nu spannend vindt dat ik wegga. Dat is niet gek, maar ik weet zeker dat het helemaal goed komt.. Ik kom straks weer terug.” Dit geeft je kind erkenning en vertrouwen zonder de gevoelens te overdrijven.
6. Werk met overgangsobjecten
Een knuffel, doekje of armbandje kan helpen om de verbinding met thuis te voelen. Of teken allebei hetzelfde hartje op jullie hand. Vertel erbij dat je kind in jouw gedachten bij je blijft, ook wanneer jullie elkaar niet zien. Voor oudere kinderen kan een foto of een klein briefje in de broodtrommel hetzelfde effect hebben.
7. Oefen afscheid nemen in kleine stapjes
Begin met korte momenten van scheiding, bijvoorbeeld als je even naar een andere kamer gaat. Bouw dit langzaam op, zodat je kind ervaart dat je altijd weer terugkomt. (Dit is vooral van toepassing op hele jonge kinderen).
8. Zorg voor een warme overdracht
Maak contact met de leerkracht of begeleider en laat je kind zien dat je het vertrouwen hebt in de persoon bij wie je het achterlaat.
9. Wees consequent
Beloof niet dat je kind eerder opgehaald wordt als dat niet zo is. Dit kan juist wantrouwen creëren. Betrouwbaarheid is belangrijk voor vertrouwen.
10. Werk aan zelfvertrouwen en veerkracht
Hoe sterker een kind in zijn of haar schoenen staat, hoe makkelijker het wordt om los te laten. Stimuleer zelfstandigheid; laat het kind zelf doen wat het zelf kan en laat je kind succeservaringen opdoen. Schenk aandacht aan de stapjes van groei die gezet worden, door complimenten te geven over het proces, ipv. complimenten over het resultaat.
Wanneer is het meer dan een fase?
In de meeste gevallen groeit een kind vanzelf over de moeite met afscheid nemen heen. Maar soms houdt het langer aan of is het zo heftig dat het dagelijks functioneren in de weg staat. Denk aan:
Paniekaanvallen, driftbuien of extreem veel huilen
Klachten als buikpijn of hoofdpijn bij het idee van afscheid
Vermijdingsgedrag (niet naar school willen, sociaal terugtrekken)
Blijvende problemen die ook buiten de afscheidsmomenten zichtbaar zijn
👉 Als dit speelt, kan het goed zijn om extra hulp te zoeken. Ik kan samen met jullie kijken naar onderliggende oorzaken en passende ondersteuning bieden. Vanuit systemisch perspectief kan ook een familie- of tafelopstelling helpen om zichtbaar te maken welke dynamieken meespelen.
Wat jij als ouder nodig hebt

We vergeten vaak dat afscheid nemen voor ouders óók moeilijk kan zijn. Jij laat je kind achter, terwijl je van nature de drang hebt om dichtbij te blijven. Je kind huilend zien kan een schuldgevoel oproepen. Onthoud dat je kind ook jouw vertrouwen en stevigheid nodig heeft. Praat erover met anderen en zoek steun als je merkt dat het je te veel raakt.
Conclusie
Moeite met afscheid nemen is normaal en hoort bij opgroeien. Toch kan het voor zowel kind als ouder pittig zijn. Door begrip te hebben voor de gevoelens van je kind en duidelijke routines te bieden, maak je het een stuk draaglijker. Door met een systemische blik te kijken naar wat er onder de oppervlakte meespeelt, neem je ook de verborgen familiedynamiek mee. En bedenk: elk afscheid is óók een oefening in loslaten en groeien, zowel voor je kind als voor jou 🌱
Zoek je ondersteuning omdat jouw kind veel moeite met afscheid nemen heeft? Weet dat je het niet alleen hoeft te doen! Professionele begeleiding kan helpen om onderliggende patronen te begrijpen en samen nieuwe, helpende gewoontes te ontwikkelen.
👉 Wil je hierover sparren, twijfel dan niet en plan een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek in. Ik denk graag met je mee.

Opmerkingen